Blog
Zakgeld in 2026: hoeveel geven andere ouders?
· 10 min lezen
Elk jaar opnieuw: de vraag op het schoolplein, in de ouder-appgroep, aan de keukentafel. Hoeveel zakgeld geef je eigenlijk? Is €2 per week te weinig voor een kind van 8? Is €10 per week te veel voor een 14-jarige? En wanneer begin je met kleedgeld?
Het antwoord hangt af van leeftijd, gezinssituatie en wat je wilt dat zakgeld doet. Want zakgeld is geen beloning. Het is een leer-gereedschap. Het doel is niet dat je kind genoeg geld heeft om alles te kopen wat het wil. Het doel is dat je kind leert kiezen, wachten, sparen en loslaten.
In dit artikel vind je wat het Nibud meet aan zakgeld per leeftijd, het verschil tussen cash en digitaal, het 3-potjessysteem, en de fouten die bijna alle ouders maken (inclusief wij).
Wat het Nibud meet
Het Nibud (Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting) publiceert wat ouders gemiddeld geven: per week voor de basisschool (Kinderonderzoek 2023) en per maand voor de middelbare school (Scholierenonderzoek 2025). De lagere bedragen komen uit gezinnen met een krapper budget, de hogere bij een hoger inkomen; het zijn metingen, geen adviezen. Zie het als een startpunt, niet als wet.
| Leeftijd | Zakgeld per week | Zakgeld per maand |
|---|---|---|
| 6 jaar | € 1,20 tot 2,30 | |
| 7 jaar | € 1,40 tot 2,30 | |
| 8 jaar | € 1,90 tot 2,80 | |
| 9 jaar | € 2,30 tot 2,90 | |
| 10 jaar | € 2,30 tot 2,80 | |
| 11 jaar | € 2,30 tot 3,50 | |
| 12 jaar | € 2,60 tot 4,70 | € 20 tot 22 |
| 13 jaar | € 20 tot 25 | |
| 14 jaar | € 25 tot 32 | |
| 15 jaar | € 25 tot 35 | |
| 16 jaar | € 25 tot 43 | |
| 17 jaar | € 25 tot 40 | |
| 18 jaar | € 40 tot 50 |
Bron: nibud.nl, Kinderonderzoek 2023 (basisschool, per week) en Scholierenonderzoek 2025 (middelbare school, per maand). Kleedgeld komt daar apart bij: een doorsnee middelbare scholier krijgt volgens het Nibud ongeveer € 50 per maand.
Wanneer begin je met zakgeld?
De meeste pedagogen en het Nibud adviseren om rond het zesde levensjaar te beginnen. Dat is het moment waarop kinderen het concept "geld kost iets" beginnen te begrijpen. Ze leren tellen op school, ze zien dat je in de winkel moet betalen, en ze beginnen wensen te hebben die geld kosten.
Eerder dan zes jaar heeft weinig zin. Een vierjarige begrijpt niet wat het verschil is tussen een euro en tien euro. Die stopt alles in zijn mond of verliest het in de zandbak. Geen probleem, maar ook geen leermoment.
Wacht ook niet te lang. Als je tot tien of twaalf jaar wacht, heeft je kind al jaren geen ervaring met geld en begint het op een leeftijd waarop de verleiding (snoep, games, online aankopen) veel groter is dan op zes. Hoe eerder je begint met kleine bedragen, hoe beter het fundament.
De eerste keer: hoe pak je het aan?
Maak er een klein momentje van. Leg uit dat je kind vanaf nu elke week een eigen bedrag krijgt. Dat het van hen is. Dat ze er zelf over mogen beslissen. En dat het op is als het op is · er komt niet meer bij tot volgende week. Dat laatste is cruciaal. De les zit in de begrenzing.
Cash of digitaal?
Een vraag die vijftien jaar geleden niet bestond, maar nu relevant is: geef je zakgeld contant of digitaal?
Contant geld: tot ongeveer 9 jaar
Voor jonge kinderen is contant geld veruit het beste. Ze kunnen het zien, vasthouden, tellen en in een potje stoppen. Dat maakt geld concreet. Een muntje dat je weggeeft, is weg. Een briefje dat in het potje gaat, kun je zien groeien. Die zichtbaarheid is essentieel voor het leerproces.
Digitaal geld is voor een zesjarige abstract. Een getal op een scherm dat groter of kleiner wordt · dat voelt niet als echt geld. En het leereffect hangt af van hoe echt het voelt.
Digitaal: vanaf 9-10 jaar
Vanaf een jaar of negen, tien kun je de overstap naar digitaal maken. Op die leeftijd begrijpen kinderen dat een saldo op een scherm hetzelfde is als geld in je hand. Ze kunnen zelf transacties bijhouden, spaardoelen instellen en zien hoe hun geld zich ontwikkelt over de tijd.
Veel banken bieden een kinderrekening aan vanaf 12 jaar, maar er zijn ook apps en dashboards die specifiek voor jongere kinderen zijn ontworpen. Het voordeel van digitaal: het is makkelijker bij te houden, je kunt geen geld kwijtraken, en het sluit aan bij hoe de wereld werkt.
Onze aanbeveling: begin contant, schakel geleidelijk over naar digitaal. Niet alles in één keer. Laat een tijdje beide naast elkaar lopen, zodat je kind de connectie tussen fysiek en digitaal geld leert leggen.
Wat moet zakgeld dekken per leeftijd?
Een veelgestelde vraag: wat mag een kind van het zakgeld betalen, en wat betalen de ouders? Hier is een globale richtlijn.
6-8 jaar: alleen leuke dingen
Op deze leeftijd dekt zakgeld alleen kleine persoonlijke wensen. Een sticker, een kauwgombal, een klein speeltje. Alles wat het kind nodig heeft (kleding, schoolspullen, eten) betalen de ouders. Het zakgeld is puur om te leren kiezen.
9-11 jaar: leuke dingen + kleine cadeautjes
Het kind begint zelf verantwoordelijkheid te nemen voor een paar extra dingen. Een verjaardagscadeautje voor een vriendje, een tijdschrift, een klein boek. Nog steeds geen grote verplichtingen, maar het veld wordt breder.
12-14 jaar: zakgeld + kleedgeld
Dit is het moment waarop kleedgeld erbij komt. Het kind krijgt een vast maandbedrag waarmee het (een deel van) de eigen kleding koopt. Dat is een grote stap: voor het eerst moet het kind keuzes maken over iets noodzakelijks, niet alleen over leuke dingen. Schoolspullen en basiskleding betalen de ouders nog steeds, maar het kind koopt zelf extra kleding, schoenen voor vrije tijd en accessoires.
15-16+ jaar: bijna alles zelf
Bij 16+ kun je richting een "totaalbudget" gaan. Het kind krijgt een vast maandbedrag waarmee het vrijwel alles betaalt: kleding, uitgaan, telefoonkosten, cadeautjes, vervoer. Ouders betalen nog de basisbehoeften (dak, eten, zorgverzekering), maar het kind leert om binnen een vast budget alles te regelen. Dit is de beste voorbereiding op zelfstandig wonen.
De 5 meest gemaakte fouten
We horen ze elke week van ouders die Lize gebruiken. Herkenbaar, begrijpelijk, en toch goed om te corrigeren.
Fout 1: Te veel geven
Als je kind genoeg zakgeld krijgt om alles te kopen wat het wil, is er geen reden om te kiezen. En kiezen is het hele punt. Zakgeld moet een beetje krap zijn. Niet zo krap dat het frustrerend is, maar krap genoeg dat het kind niet alles kan hebben. Dat creëert het keuzemoment.
Fout 2: Inconsistent zijn
De ene week wel, de andere week vergeten. Het ene kind krijgt €3, het andere €5 "omdat die ouder is" maar zonder uitleg. Inconsistentie ondermijnt elk leersysteem. Kies een vast bedrag, een vast moment, en hou je eraan. Week in, week uit. Consistentie is belangrijker dan het exacte bedrag.
Fout 3: Zakgeld als straf of beloning gebruiken
Kamer niet opgeruimd? Geen zakgeld. Goed rapport? Extra zakgeld. Het is verleidelijk, maar het werkt averechts. Als zakgeld afhankelijk wordt van gedrag, leert het kind niet over geld, maar over gehoorzaamheid. Zakgeld hoort onvoorwaardelijk te zijn. Beloningen en straffen horen bij de opvoeding, niet bij het financiële leerproces.
Wil je kind extra geld verdienen? Prima. Bied betaalde klusjes aan bíj het zakgeld, niet in plaats van. Het verschil is cruciaal.
Fout 4: Bijspringen als het op is
Je kind heeft maandag al het weekzakgeld uitgegeven. Het is woensdag en er is iets dat het heel graag wil. De neiging om te zeggen "ik geef je deze keer wat extra" is enorm. Doe het niet. De hele waarde van zakgeld zit in de consequentie: als het op is, is het op. Die ervaring · even niks kunnen kopen, even moeten wachten · is precies de les.
Uitzondering: als je kind echt iets nodig heeft (niet wil, maar nodig heeft) spring je uiteraard bij. Maar een nieuw speeltje is geen nood.
Fout 5: Nooit over geld praten
Zakgeld geven en het daarbij laten is een gemiste kans. De echte waarde ontstaat als je er af en toe over praat. Niet controleren, maar bespreken. "Waar heb je het aan uitgegeven?" "Hoe gaat het met je spaardoel?" "Vind je het genoeg?" Dat soort vragen. Kort, zonder oordeel, en met oprechte interesse.
Het 3-potjessysteem: sparen, uitgeven, weggeven
Een van de meest effectieve methodes om kinderen met zakgeld te leren omgaan is het 3-potjessysteem. Het werkt simpel.
Je kind verdeelt het zakgeld elke week over drie potjes (of drie enveloppen, of drie digitale categorieën):
- Potje 1: Uitgeven · Voor dagelijkse kleine aankopen. Snoep, een sticker, iets kleins dat het kind op dat moment wil.
- Potje 2: Sparen · Voor een groter doel. Een boek, een game, een concertkaartje, een fiets. Het kind kiest zelf het doel en spaart totdat het genoeg is.
- Potje 3: Weggeven · Een klein bedrag dat het kind aan een goed doel of aan iemand anders geeft. Dat hoeft geen groot bedrag te zijn · tien of twintig cent per week is al waardevol. Het leert kinderen dat geld niet alleen voor jezelf is.
De verdeling hoeft niet exact gelijk te zijn. Een veelgebruikte vuistregel: 50% uitgeven, 30% sparen, 20% weggeven. Maar elk gezin mag het aanpassen. Het punt is niet de percentages, maar het principe: geld heeft meerdere functies, en je kunt kiezen hoe je het verdeelt.
Waarom werkt het zo goed?
Omdat het drie vaardigheden tegelijk traint. Het uitgavenpotje leert kiezen (wat wil ik het meest?). Het spaarpotje leert wachten (ik kan het nu nog niet kopen, maar over vier weken wel). Het weggeven-potje leert empathie (ik kan iets betekenen voor iemand anders).
Voor jonge kinderen (6-9 jaar) werken fysieke potjes het best: glazen potten met een etiket erop, zodat ze het geld kunnen zien groeien. Vanaf 9-10 jaar kun je overstappen op een digitale variant, waar categorieën dezelfde functie vervullen.
Het spaardoel: de motor achter het leerproces
Van alle onderdelen van het zakgeldsysteem is het spaardoel het krachtigst. Een kind dat spaart voor iets specifieks · een boek, een skateboard, een concertkaartje · leert iets wat veel volwassenen nog niet beheersen: uitgestelde bevrediging.
Hoe maak je een spaardoel effectief?
- Laat het kind het doel kiezen. Niet jij. Als jij het doel kiest, is het jouw project. Als het kind het kiest, is de motivatie intrinsiek.
- Maak het zichtbaar. Een plaatje van het doel op de koelkast. Een voortgangsbalk op een dashboard. Een streepje in een schriftje. Zichtbaarheid houdt de motivatie levend.
- Vier het als het gelukt is. Als het kind genoeg heeft gespaard, maak er dan een momentje van. Ga samen naar de winkel. Neem een foto. Zeg dat je trots bent. Niet op het bedrag, maar op het doorzettingsvermogen.
Een kind dat op zevenjarige leeftijd vier weken spaart voor een boek van €8, leert meer over geld dan een tiener die een financiele-geletterdheid-les krijgt op school. De ervaring is de les.
Samengevat
Zakgeld is een van de krachtigste leermiddelen die je als ouder hebt. Het kost weinig, het begint klein, en het effect is groot. Maar het werkt alleen als je het bewust doet: consistent, onvoorwaardelijk, met een vast moment en bij voorkeur met een systeem dat je kind helpt om keuzes te maken.
Begin rond zes jaar. Geef een bedrag dat past bij wat het Nibud meet en bij jullie gezinssituatie. Gebruik het 3-potjessysteem. Praat er af en toe over. En laat je kind fouten maken · daar zit de les.
Samen vooruitkijken
Lize rekent door wat jullie keuzes betekenen voor de jaren die komen, zodat jullie samen rustig kunnen kiezen.
Probeer LizeLees ook